Hoofdsponsor IFR IPO 2018

 

             ZOOBIO.NL

                Alles voor honden

 

                    

                     

                       

                        Clubblad NRC

                      Alleen voor leden   

 

 

 

 

 

 

 

        

   Reglementen enz. Commissie

    Werkhonden Raad v Beheer

 

 

 

           

 

                     

                                                             

      

 

   

        

 

         

 

 

 

 

Werkgroepen reglement

Artikel 1. Definities

 

1. Dit reglement verstaat onder:

  1. “N.R.C. Rottweilerwerkgroep” (verder aan te duiden als werkgroep): een aantal leden van de N.R.C., verenigd in een groep, die als zodanig bij een Kamer van Koophandel is ingeschreven.
  2. "Hoofdbestuur (verder aan te duiden als HB)”: het bestuur van de Nederlandse Rottweiler Club.
  3. "Commissie Ondersteuning Sporthonden (verder aan te duiden als COS) ": een adviescommissie van de N.R.C., benoemd door het hoofdbestuur ( HB ).

 

Artikel 2. Werkgroepen

 

1. Leden van de Nederlandse Rottweilerclub  kunnen zich conform artikel 45 van de Statuten plaatselijk of regionaal verenigen in werkgroepen, met toestemming van het HB.

 

2. De werkgroepen hebben als doel de belangen te behartigen van de werkgroep en haar leden in de ruimste zin van het woord, met inachtneming van de staturen en reglementen van de NRC.

De werkgroepen trachten dit te doen door:

  1. Het beoefenen en promoten van diverse sporten met de Rottweiler;
  2. Het bevorderen van de toepassing van de Rottweiler als gebruikshond bij voor de mens nuttige activiteiten (denk bijv. aan opleiding reddingshond);
  3. Het ondersteunen bij het grootbrengen en socialiseren van de Rottweiler oa. door het aanbieden van cursussen. (Mee)werken aan het maatschappelijk aanvaardbaar gedrag van honden;
  4. Organiseren van evenementen waaraan Rottweilers kunnen deelnemen in de ruimste zin van het woord;
  5. De algemene kynologische kennis en africhtingskennis van haar leden en over de Rottweiler in het bijzonder te bevorderen.

 

3. Zij hebben als werkgroep in de vereniging geen inbreng van stemrecht of dergelijke.

 

4. Zij hebben als werkgroep geen enkele aanspraak op gelden of revenuen.

 

 

Artikel 3. Leden van werkgroepen

 

1. Leden van een werkgroep zijn verplicht de doelstellingen van de N.R.C. en die van de werkgroep te bevorderen.

 

2. Leden van een werkgroep zijn verplicht zich te houden aan de bepalingen van de Statuten, het Huishoudelijk Reglement en dit Reglement.

 

3. Bestuursleden van een werkgroep zijn allen N.R.C. lid.

 

4. Zij die lid willen worden van een werkgroep moeten aantonen dat zij als lid door de N.R.C. of door een andere door de Raad van Beheer erkende (ras)(werkhonden) vereniging zijn aangenomen en hun contributie over het lopende verenigingsjaar hebben voldaan, hetgeen kan blijken uit de lidmaatschapskaart.

 

5. Wordt een lid van de N.R.C. niet als lid van een werkgroep toegelaten dan is het bestuur van deze werkgroep verplicht, onder opgave van reden(en) tot weigering, hiervan binnen een maand schriftelijk kennis te geven aan het HB. Hetzelfde geldt indien een aanvankelijk toegelaten lid van verdere deelname aan de activiteiten van de N.R.C. Rottweiler werkgroep wordt uitgesloten of uit het lidmaatschap van de werkgroep wordt ontzet.

6. Het bedrag der contributie voor het lidmaatschap van een werkgroep kan niet hoger zijn dan € 20,00 per maand.

 


Artikel 4. Activiteiten werkgroep

1. Het bestuur van de werkgroep dient tenminste één maal per jaar een africhtingevenement en/of examen te organiseren. Indien de werkgroep niet in staat is om dit te organiseren door wat voor omstandigheden dan ook dan dient hierover overleg te zijn met de COS.

2. Met toestemming van de organiserende werkgroep hebben andere leden van de N.R.C. het recht aan een dergelijk evenement en/of examen met een Rottweiler deel te nemen.

 

3. Het verzoek tot het houden van een africhtingevenement niet zijnde een examen dient tenminste drie maanden van tevoren schriftelijk te worden ingediend bij de COS.

 

4. Voordat een examen aangevraagd wordt bij de Commissie Werkhonden (cq. een keurmeester aangevraagd wordt) moet de werkgroep er zich van verzekeren dat de gewenste examendatum niet samenvalt met een sperdatum. Deze sperdatums worden in het najaar vastgesteld voor het volgend jaar. Vaststelling is mede afhankelijk van het bekend worden van de kynologische agenda van de Raad van Beheer en worden op de NRC website vermeld. Mocht er nog geen lijst met sperdatums bekend zijn, dan wordt eerst toestemming aan de COS gevraagd, deze geeft binnen twee weken uitsluitsel.

Voor het aanvragen van een N.R.C. africhtingsevenement volgt de werkgroep de daarvoor geldende NRC procedure africhtingsevenement. 

 

5. Een hond van een ander werkhondenras (met of zonder stamboom) dan de Rottweiler mag aan de activiteiten van een werkgroep deelnemen. Het aantal honden zonder stamboom of van een ander werkhondenras mag niet hoger zijn dan het aantal Rottweilers, met daarbij een realistische benadering t.b.v. de instandhouding van de werkgroep.

 

 

Artikel 5. Relatie Werkgroep – HB

 

1. Het bestuur van de werkgroep waakt over de handhaving van de statuten en de reglementen van de N.R.C. binnen de werkgroep.

 

2. Voor wijziging van de statuten en/of het huishoudelijk reglement van een werkgroep is de goedkeuring van het HB vereist, dat hierover advies inwint bij de COS.

3.Het bestuur van een werkgroep houdt een ledenregister bij en is verplicht jaarlijks in de maand april de ledenlijst te doen toekomen aan de secretaris van de N.R.C. en aan de secretaris van de COS.

4. Van iedere wijziging in de samenstelling van het bestuur van een werkgroep moet onverwijld schriftelijk mededeling worden gedaan aan de secretaris van de N.R.C. en aan de COS.

 

5. Het bestuur van de werkgroep is verplicht ieder jaar voor 1 juli de notulen van de algemene vergadering van de werkgroep en het jaarverslag van de secretaris te doen toekomen aan de secretaris van de N.R.C. en aan de COS.

 

6. In geval van het voornemen tot ontbinding van een werkgroep dient het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep overleg te plegen met het HB.

 

7. Indien een werkgroep een cluborgaan of mededelingenblad uitgeeft, is het bestuur verplicht daarvan een exemplaar te zenden aan de secretaris van de N.R.C. en de redacteur van het cluborgaan van de N.R.C.

 

8. Indien op grond van de bepalingen van dit Reglement een verzoek, oproeping, uitnodiging of beslissing van het HB schriftelijk ter kennis van het bestuur van een werkgroep moet worden gebracht, dient een dergelijk schrijven te zijn ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de N.R.C. Heeft een en ander betrekking op het intrekken van een reeds verleende erkenning, dan geschiedt dit per aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.

 

Artikel 6. Relatie Werkgroep - COS

 

1.  De taken van de COS zijn:

  1. Het gevraagd of ongevraagd verstrekken van adviezen en/of geven van inlichtingen aan de werkgroepen met betrekking tot alle door de groepen beoefende programma's, alsmede alle andere zaken het sporthonden beleid betreffende;
  2. Het behandelen van alle aanvragen van werkgroepen voor het houden van examens en/of wedstrijden, conform het werkgroepen reglement;
  3. Het houden van toezicht op de naleving van het werkgroepen reglement door de werkgroepen;
  4. Het indelen van de gebieden waar een werkgroep haar activiteiten mag uitoefenen.

 

2. Het bestuur van een werkgroep is verplicht de COS alle inlichtingen te verschaffen die de commissie voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.

 

3.  Indien de COS na hoor en wederhoor van oordeel is dat een werkgroep handelt in strijd met de statuten en/of reglementen van de NRC, dan geeft de secretaris daarvan terstond schriftelijk kennis aan de secretaris van het Bestuur met vermelding van geconstateerde handelingen.

 

4. De leden van de COS hebben een aantal werkgroepen toegewezen gekregen. Zij zijn contactpersoon voor deze werkgroepen en bezoeken deze zo dikwijls als de COS dat nodig acht. Van deze bezoeken wordt een schriftelijke rapportage in de notulen van de COS vergaderingen verwerkt ter informatie van het Bestuur. Tevens wordt een afschrift gezonden aan de bezochte werkgroep.

 

5. De COS vergadert minimaal twee keer per jaar (in het voorjaar en het najaar) met onder andere de vertegenwoordigers van de werkgroepen.

 

 

Artikel 7. Intrekken erkenning werkgroep.

 

1. Het HB is te allen tijde bevoegd en gerechtigd de erkenning van een werkgroep in te trekken,  indien:

  1. Wijzigingen in de statuten en/of het huishoudelijk reglement van de werkgroep zijn aangebracht zonder de goedkeuring van het HB;
  2. Door de werkgroep de statuten en/of reglementen van de N.R.C. niet worden nageleefd;
  3. Door de werkgroep handelingen worden verricht waardoor de goede naam van de N.R.C. in opspraak wordt of kan worden gebracht;
  4. Wanneer uit feiten en/of omstandigheden blijkt dat de door de werkgroep te beoefenen programma's op onverantwoorde wijze worden uitgevoerd, zulks ter beoordeling van de COS;
  5. Op grond van andere feiten en/of omstandigheden waardoor redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat de werkgroep onder de door haar gevoerde naam haar activiteiten blijft uitoefenen.

 

2. Het besluit tot intrekking van de erkenning wordt niet eerder genomen dan nadat het bestuur van de betrokken werkgroep in de gelegenheid is gesteld aan te tonen dat de redenen die tot intrekking aanleiding vormden niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Het bestuur van de werkgroep wordt daartoe schriftelijk uitgenodigd. Binnen een maand na ontvangst van de uitnodiging dient het onderhoud op een in gezamenlijk overleg bepaalde datum te hebben plaatsgevonden. Geeft het bestuur van de betrokken werkgroep aan de uitnodiging geen gevolg, dan wordt geacht dat het tegen het intrekken van de erkenning geen bezwaar heeft.

 

3. Besluit het HB na het onderhoud met het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep de erkenning in te trekken dan wordt dit met redenen omkleed, schriftelijk ter kennis gebracht van het bestuur van de betrokken werkgroep.

 

 

Artikel 8. Beroep tegen intrekken van de erkenning

 

1. In geval van intrekking van de erkenning staat binnen een maand na de datum van ontvangst van het schrijven tegen dit besluit van het HB beroep open bij de eerst volgende Algemene Vergadering.

 

2. Het beroep dient schriftelijk te worden ingediend bij de secretaris van de N.R.C.

 

3. Gedurende de beroepstermijn en zolang over het beroep niet is beslist, dient de werkgroep zich onder de door haar gevoerde naam te onthouden van activiteiten. Het is haar dan ook niet toegestaan de ras aanduiding "Rottweiler" of het embleem van de N.R.C. op welke wijze dan ook te voeren.

 

4. De uitspraak van de algemene vergadering is voor beide partijen bindend.

 

Artikel 9. Instellen Adviescollege

 

 

1. Teneinde de algemene vergadering over het beroep voor te lichten, kan het HB, na overleg met het bestuur van de betrokken werkgroep een adviescollege van ten hoogste vijf leden uit de leden van de N.R.C. benoemen. De leden mogen niet afkomstig zijn uit de betrokken werkgroep.

 

2. De voorzitter van de N.R.C. of een der andere HB leden, die geen lid van het college mag zijn, treedt op als voorzitter van het college. Hij heeft in het college geen stem.

 

3. Het HB is verplicht alle op de intrekking betrekking hebbende bescheiden, waaronder uittreksels van de notulen van de HB vergadering(en) waarin de intrekking van de erkenning aan de orde is geweest, en die van het onderhoud met het bestuur van de betrokken werkgroep ter beschikking van het college te stellen. Voorts zijn zowel het HB als het bestuur van de betrokken werkgroep verplicht het college alle inlichtingen te verschaffen die het voor het uitbrengen van een advies aan de algemene vergadering nodig acht.

 

4. De behandeling van het beroep moet op de agenda van de eerstvolgende algemene vergadering worden vermeld.

 

5. Beslist de algemene vergadering dat de toestemming terecht is ingetrokken dan dient de werkgroep als zodanig te worden ontbonden.

 

6. Bij het niet nakomen van deze bepaling kan het HB, op kosten van ongelijk, het oordeel vragen van de Burgerlijke Rechter.

 

7. Bij intrekking van de erkenning, gevolgd door ontbinding van de werkgroep kunnen de baten van deze werkgroep worden verdeeld onder de leden met inachtneming van Art. 23, boek II van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 10. Geldigheid van het Werkgroepen Reglement

 

 

1. Dit reglement treedt in werking nadat het door de Algemene Vergadering van de N.R.C. is aangenomen, met ingang van de datum waarop het door middel van publicatie in het eerstvolgende nummer van het officiële orgaan van de N.R.C. ter kennis van de leden is gebracht.

 

2. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, of bij enig geschil omtrent de toepassing daarvan beslist het HB van de N.R.C.

 


Ogenblik a.u.b. ...